Autolichten

Introductie

Leestijd: ±5 min


Illustratie van Professor Wegcode die verkeersregels uitlegt

Oooooh, zet eens wat licht op de zaak! Je autolichten zijn niet alleen nodig als het donker is of bij mist, ze zijn er om gezien te worden en om zelf beter te zien. In deze bocht leer je alles over autoverlichting en correcte lichtgebruik: dimlichten, grootlichten, mistlichten en standlichten. Ik leg je uit wanneer en hoe je je lichten slim gebruikt, zodat je veiliger rijdt en boetes vermijdt. Want wie z’n lichten slim gebruikt, rijdt niet alleen veiliger… maar ook met meer klasse.

Raadpleeg de officiële Belgische wegcode (3 juni 2024) op wegcode.be.

Zien en gezien worden


1. Zichtbaarheid

- De volgende tekst is een samenvatting van Art. 44 en 45, wegcode 3 juni 2024.

1.1 Bestuurder

Autolichten verbeteren de zichtbaarheid van de weg en omgeving. Dit is vooral belangrijk in het donker en bij slechte weersomstandigheden (regen, mist, sneeuw).

Een donkere weg verlicht door autokoplampen

1.2 Andere weggebruikers

Autolichten zorgen ervoor dat andere weggebruikers jouw auto tijdig kunnen zien, zonder daarbij verblind te worden.

Auto met dimlichten aan op een donkere weg

2. Intensiteit van autolichten

Elke auto heeft vier verschillende lichten : dimlichten, grootlichten, mistlichten en standlichten.

Elk licht heeft een specifiek bereik en vermogen voor bepaalde situaties.

Een close-up van de kolampen van een auto
Professor Wegcode

Prima start. Op naar het volgende onderwerp.

Dimlichten Zware overtreding


Dimlichten verlichten de weg en zorgen ervoor dat je anderen niet verblindt.

Auto met dimlichten aan bij duisternis of slecht zicht

1. Standaard gebruik

Dimlichten gebruik je bij het vallen van de duisternis en zodra het donker is.

Een verlichte weg bij zonsondergang in een dorp

2. Bij slecht zicht

Dimlichten zijn verplicht bij zicht minder dan 200 meter, ongeacht oorzaak:

  • Regen
  • Mist
  • Sneeuw
  • Rook
Een weg met regen, mist, sneeuw en rook
Professor Wegcode

Prima voortgang. Laten we verder leren.

Grootlichten


Grootlichten geven een krachtige lichtbundel voor maximaal zicht op onverlichte wegen..

Auto met grootlichten op een onverlichte weg zonder verkeer

1. Toegestaan

Alleen op onverlichte wegen zonder andere verkeer.

Een onverlichte weg 's nachts

2. Verboden

2.1 Bij goede verlichting

  • Niet gebruiken als je meer dan 100 meter zicht hebt door goede verlichting.
  • Zware overtreding
Een goed verlichte weg 's nachts

2.2 Tegenliggend verkeer

  • Schakel grootlicht uit bij tegenliggers om verblinding te voorkomen.
Een tegenliggende auto met grootlichten aan die tegenliggend verkeer verblinden

2.3 Dichtbij rijder

  • Niet gebruiken als er een andere auto binnen 50 meter voor je rijdt die je niet direct kunt inhalen.
Een auto met zijn grootlichten aan zichtbaar in de centraal achteruitkijkspiegel

2.4 Spoorvoertuig of boot

  • Schakel grootlichten uit bij het naderen van een trein of boot om de bestuurders niet te verblinden.
Een trein rijdt 's nachts
Professor Wegcode

Je kennis groeit. Op naar het volgende onderwerp.

Mistlichten


Mistlichten zijn lager en breder dan dimlichten en verlichten de weg vlak voor je auto bij slecht zicht.

1. Voorkant

Auto met voorste mistlichten aan bij mist en sneeuw

1.1 Wanneer?

Voorste mistlichten zijn niet verplicht, maar toegestaan bij:

  • Mist
  • Regen
  • Sneeuwval

Ze mogen samen met dimlichten gebruikt worden, of apart.

Een weg met mist, regen en sneeuw

2. Achterkant

Achterste mistlichten zijn felrode lichten die veel sterker schijnen dan de gewone achterlichten. Ze zorgen ervoor dat jouw auto van grote afstand zichtbaar blijft bij slecht zicht.

Auto met achterste mistlichten aan bij beperkt zicht

2.1 Wanneer? Zware overtreding

Achtermistlichten moeten altijd branden als het zicht minder dan 100 meter is door:

  • Mist
  • Regen
  • Sneeuwval
Een weg met mist, regen en sneeuw

Examenvraag

Professor Wegcode

Ik daag je uit, : ben je verplicht om je voorste mistlichten te gebruiken?

  • A. Ja, zodra er mist is.
  • B. Nee, het gebruik is toegelaten maar niet verplicht.
  • C. Ja, altijd bij slechte zichtbaarheid.
Professor Wegcode

Stap vier is afgerond. Tijd voor stap vijf.

Standlichten


Standlichten zijn zwakke lampen die vooral bedoeld zijn om een stilstaande auto zichtbaar te maken. Ze verlichten de weg niet, maar zorgen dat andere weggebruikers jouw auto kunnen zien.

Auto met standlichten aan tijdens het parkeren in het donker

1. Gebruik

Wanneer je auto voor korte tijd geparkeerd staat tussen zonsondergang en zonsopgang, gebruik je de standlichten.

Dit geldt vooral als je auto niet zichtbaar is vanaf meer dan 100 meter.

Een onverlichte weg 's nachts

2. Bij slecht weer

Bij mist, sneeuwval of hevige regen mag je gebruikmaken van:

  • Dimlichten
  • Voorste mistlichten
  • Achterste mistlichten

Dit is toegestaan, maar niet verplicht.

Een weg met mist, regen en sneeuw
Professor Wegcode

Laatste stap! Blijf geconcentreerd.

Richtingaanwijzer


De richtingaanwijzer, ook wel knipperlicht, is een signaallicht waarmee je andere weggebruikers informeert over jouw intentie om van richting te veranderen.

Auto gebruikt richtingaanwijzer om af te slaan op kruispunt

1. Gebruik

1.1 Afslaan

  • Altijd inschakelen.
Auto steekt rijbaan over met richtingaanwijzer aan Auto steekt rijbaan over met richtingaanwijzer aan
Auto steekt rijbaan over vanuit rijstrook om rechts af te slaan met richtingaanwijzer aan Auto steekt rijbaan over vanuit rijstrook om rechts af te slaan met richtingaanwijzer aan

1.2 Rotonde verlaten

  • Altijd gebruiken bij het verlaten van een rotonde.
Auto verlaat rotonde met juiste richtingaanwijzer aan Auto verlaat rotonde met juiste richtingaanwijzer aan

1.3 Rijstrookwissel

  • Altijd inschakelen.
Auto gebruikt richtingaanwijzer om van rijstrook te wisselen Auto gebruikt richtingaanwijzer om van rijstrook te wisselen

1.4 Parken

  • Altijd inschakelen.
Auto gebruikt richtingaanwijzer om parkeerbeweging aan te geven Auto gebruikt richtingaanwijzer om parkeerbeweging aan te geven

3. Vier richtingaanwijzers

- Samenvatting van Art. 47, wegcode 3 juni 2024

De vier richtingaanwijzers tegelijk (ook wel waarschuwingslichten) mogen enkel gebruikt worden in specifieke situaties:

3.1 Schoolvervoer

Schoolbus gebruikt vier richtingaanwijzers tijdens in- en uitstappen van kinderen

3.2 Ongeval of autopech

  • Bij het signaleren van een ongeval of een autopech.
Een ongeluk tussen twee auto's in een smalle straat

3.3 Waarschuwing voor gevaar of file

  • Om andere weggebruikers te waarschuwen voor een gevaar of naderende file.
Auto die een file nadert

3.4 Motorrijders

  • Motorrijders mogen hun vier richtingaanwijzers gebruiken wanneer ze tussen de rijstroken rijden.
Een motorrijder die tussen de rijstroken rijdt gebruikt zijn vier richtingaanwijzers

Veel gemaakte fout:

Je vier richtingaanwijzers aanzetten als je fout stilstaat of parkeert is een verkeersovertreding!

Professor Wegcode

Super!
Een stap dichter bij het theorie-examen.
Er liggen nog heel wat verkeersavonturen op je te wachten!

Volgende stap


Illustratie van Professor Wegcode die verkeersregels uitlegt

Klaar om verder te gaan met je theorie-examen?