Leestijd: ±5 min
Oooooh, zet eens wat licht op de zaak! Je autolichten zijn niet alleen nodig als het donker is of bij mist, ze zijn er om gezien te worden en om zelf beter te zien. In deze bocht leer je alles over autoverlichting en correcte lichtgebruik: dimlichten, grootlichten, mistlichten en standlichten. Ik leg je uit wanneer en hoe je je lichten slim gebruikt, zodat je veiliger rijdt en boetes vermijdt. Want wie z’n lichten slim gebruikt, rijdt niet alleen veiliger… maar ook met meer klasse.
Raadpleeg de officiële Belgische wegcode (3 juni 2024) op wegcode.be.
Autolichten verbeteren de zichtbaarheid van de weg en omgeving. Dit is vooral belangrijk in het donker en bij slechte weersomstandigheden (regen, mist, sneeuw).
Autolichten zorgen ervoor dat andere weggebruikers jouw auto tijdig kunnen zien, zonder daarbij verblind te worden.
Elke auto heeft vier verschillende lichten : dimlichten, grootlichten, mistlichten en standlichten.
Elk licht heeft een specifiek bereik en vermogen voor bepaalde situaties.
Prima start. Op naar het volgende onderwerp.
Dimlichten verlichten de weg en zorgen ervoor dat je anderen niet verblindt.
Dimlichten gebruik je bij het vallen van de duisternis en zodra het donker is.
Dimlichten zijn verplicht bij zicht minder dan 200 meter, ongeacht oorzaak:
Prima voortgang. Laten we verder leren.
Grootlichten geven een krachtige lichtbundel voor maximaal zicht op onverlichte wegen..
Alleen op onverlichte wegen zonder andere verkeer.
Je kennis groeit. Op naar het volgende onderwerp.
Mistlichten zijn lager en breder dan dimlichten en verlichten de weg vlak voor je auto bij slecht zicht.
Voorste mistlichten zijn niet verplicht, maar toegestaan bij:
Ze mogen samen met dimlichten gebruikt worden, of apart.
Achterste mistlichten zijn felrode lichten die veel sterker schijnen dan de gewone achterlichten. Ze zorgen ervoor dat jouw auto van grote afstand zichtbaar blijft bij slecht zicht.
Achtermistlichten moeten altijd branden als het zicht minder dan 100 meter is door:
Ik daag je uit, : ben je verplicht om je voorste mistlichten te gebruiken?
Stap vier is afgerond. Tijd voor stap vijf.
Standlichten zijn zwakke lampen die vooral bedoeld zijn om een stilstaande auto zichtbaar te maken. Ze verlichten de weg niet, maar zorgen dat andere weggebruikers jouw auto kunnen zien.
Wanneer je auto voor korte tijd geparkeerd staat tussen zonsondergang en zonsopgang, gebruik je de standlichten.
Dit geldt vooral als je auto niet zichtbaar is vanaf meer dan 100 meter.
Bij mist, sneeuwval of hevige regen mag je gebruikmaken van:
Dit is toegestaan, maar niet verplicht.
Laatste stap! Blijf geconcentreerd.
De richtingaanwijzer, ook wel knipperlicht, is een signaallicht waarmee je andere weggebruikers informeert over jouw intentie om van richting te veranderen.
De vier richtingaanwijzers tegelijk (ook wel waarschuwingslichten) mogen enkel gebruikt worden in specifieke situaties:
Veel gemaakte fout:
Je vier richtingaanwijzers aanzetten als je fout stilstaat of parkeert is een verkeersovertreding!
Super!
Een stap dichter bij het theorie-examen.
Er liggen nog heel wat verkeersavonturen op je te wachten!
Klaar om verder te gaan met je theorie-examen?