Leestijd: ±3 min
Oooooh, motorliefde! Vandaag nemen we een kijkje in de praktijk van het rijden: zelfstandig rijden. Tijdens je examen zal je ongeveer 10 tot 15 minuten zelfstandig moeten rijden. Dat betekent dat de examinator je een richting geeft die je moet volgen, enkel met de hulp van verkeersborden. Geen paniek, ik, Professor Wegcode, leer je stap voor stap hoe je met vertrouwen je eigen weg vindt!
De borden die je tijdens autonoom rijden moet volgen, sturen je vaak naar een stad of gemeente. Deze richtingborden kom je meestal tegen in de buurt van een autosnelweg.
Ze tonen de richting en het nummer van de autosnelweg (beginnen met een E of A). Je vindt ze meestal aan een kruispunt of oprit.
Boven de rijstroken hangen vaak borden die aangeven welke rijstrook je moet volgen om een bepaalde bestemming te bereiken.
Elke afrit heeft een nummer. Dit nummer zie je op een bord boven of naast de rechterrijstrook, enkele honderden meters voor de afrit. Tijdens het examen zal je meestal de eerste afrit moeten nemen.
Tip:
Wanneer je een afrit nadert, haal dan niet meer in.
Soms vind je aanwijzingen voor een kruispunt of rijbaan splitsing. Pijlen of opschriften tonen welke richting je aan het kruispunt of splitsing moet volgen.
Wanneer je aankomt op je bestemming, herken je dit vaak aan het verkeersbord van de bebouwde kom. Vanaf hier gelden andere snelheidslimieten en gedragsregels.
Tip:
Rijd je Brussel binnen? Dan kom je in een Lage-Emissiezone (LEZ) terecht. Deze zone is aangeduid met onderstaande verkeersborden.
Z1-C49
Z3-C49
Mooi! Je weet nu welke borden je moet volgen en hoe je ze op tijd herkent tijdens het rijden.
Weten wat een bord betekent is een ding, maar het ook tijdig opmerken is minstens even belangrijk.
Super!
Een stap dichter bij het praktijk-examen.
Er liggen nog heel wat verkeersavonturen op je te wachten!
Klaar om verder te gaan met je praktijk-examen?